NEDERLANDS
🇳🇱

    Nagelbijtend

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; adjectief

    • nagelbijten

      Werkwoord/'naɣəlbɛɪtən; 'naɣəlbɛɪtə/

      infinitief

      nagelbijten

      tegenwoordig deelwoord

      nagelbijtendnagelbijtende
    • nagelbijtend

      Bijvoeglijk naamwoord/'naɣəlbɛɪtənt/

      stellende trap

      nagelbijtendnagelbijtendenagelbijtends

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren