NEDERLANDS
🇳🇱

    Nagelt

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • nagelen

      Werkwoord/'naɣələn; 'naɣələ/

      infinitief

      nagelen

      tegenwoordige tijd

      nagelnageltnagelen

      verleden tijd

      nageldenagelden

      tegenwoordig deelwoord

      nagelendnagelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren