Namaak
commonZipf 3.5
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de namaak
Zelfstandig naamwoord/'namak/enkelvoud
namaakmeervoud
namakennamaken
Werkwoord/'namakən; 'namakə/infinitief
namakentegenwoordige tijd
maak nanamaakmaakt nanamaaktmaken nanamakenverleden tijd
maakte nanamaaktemaakten nanamaaktentegenwoordig deelwoord
namakendnamakende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.