Naspelen
uncommonZipf 2.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het naspel
Zelfstandig naamwoord/'naspɛl//spellen-of-spelen
enkelvoud
naspelmeervoud
naspelennaspelen
Werkwoord/'naspelən; 'naspelə/infinitief
naspelentegenwoordige tijd
speel nanaspeelspeelt nanaspeeltspelen nanaspelenverleden tijd
speelde nanaspeeldespeelden nanaspeeldentegenwoordig deelwoord
naspelendnaspelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.