NEDERLANDS
🇳🇱

    Natmaken

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • natmaken

      Werkwoord/'nɑtmakən; 'nɑtmakə/

      infinitief

      natmaken

      tegenwoordige tijd

      maak natnatmaakmaakt natnatmaaktmaken natnatmaken

      verleden tijd

      maakte natnatmaaktemaakten natnatmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      natmakendnatmakende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.