NEDERLANDS
🇳🇱

    Neerstortten

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • neerstorten

      Werkwoord/'nerstɔrtən; 'nerstɔrtə/

      infinitief

      neerstorten

      tegenwoordige tijd

      stort neerneerstortstorten neerneerstorten

      verleden tijd

      stortte neerneerstorttestortten neerneerstortten

      tegenwoordig deelwoord

      neerstortendneerstortende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren