NEDERLANDS
🇳🇱

    Neerzitten

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • neerzitten

      Werkwoord/'nerzɪtən; 'nerzɪtə/

      infinitief

      neerzitten

      tegenwoordige tijd

      zit neerneerzitzitten neerneerzitten

      verleden tijd

      zat neerneerzatzaten neerneerzaten

      tegenwoordig deelwoord

      neerzittendneerzittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.