Neuzen
deneus
Zelfstandig naamwoordlichaamsdeel reuk
- deel van het gezicht waarmee je ruikt en ademtMijn neus jeukt.
- reukzin, het vermogen om te ruikenMijn reukzin is heel sterk.
- vooruitstekend deel van iets, bijvoorbeeld van een schoen of een vliegtuigDe vooruitstekende neus van de schoen maakt hem erg stijlvol.
- gevoel of intuïtie voor ietsMijn intuïtie zegt me dat dit een goed idee is.
neuzen
Werkwoordruiken zoeken
- met de neus ergens in of aan snuffelen, vaak uit nieuwsgierigheidDe kat snuffelt aan het nieuwe speeltje.
- voorzichtig of heimelijk zoeken naar informatieIk kijk even rond in de boekwinkel.
- met de punt of voorkant ergens tegenaan duwenDe hond duwt zijn neus tegen het raam.
- zich langzaam of voorzichtig in een bepaalde richting bewegenDe fiets beweegt langzaam door de smalle straat.