NEDERLANDS
🇳🇱

    Notenbomen

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; adjectief

    • de notenboom

      Zelfstandig naamwoord/'notənbom; 'notəbom/

      enkelvoud

      notenboomnotenboompje

      meervoud

      notenbomennotenboompjes
    • notenbomen

      Bijvoeglijk naamwoord/'notənbomən; 'notəbomə/

      stellende trap

      notenbomen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren