NEDERLANDS
🇳🇱

    Nutte

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het nut

      Zelfstandig naamwoord/'nʏt/

      enkelvoud

      nut
    • nutten

      Werkwoord/'nʏtən; 'nʏtə/

      infinitief

      nutten

      tegenwoordige tijd

      nutnutten

      verleden tijd

      nuttenutten

      tegenwoordig deelwoord

      nuttendnuttende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren