NEDERLANDS
🇳🇱

    Obsederend

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; adjectief

    • obsederen

      Werkwoord/ɔpsə'derən; ɔpsə'derə/

      infinitief

      obsederen

      tegenwoordige tijd

      obsedeerobsedeertobsederen

      verleden tijd

      obsedeerdeobsedeerden

      tegenwoordig deelwoord

      obsederendobsederende
    • obsederend

      Bijvoeglijk naamwoord/ɔpsə'derənt/

      stellende trap

      obsederendobsederendeobsederends

      vergrotende trap

      obsederenderobsederendereobsederenders

      overtreffende trap

      obsederendstobsederendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren