NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Omtrek(de)
    Zelfstandig naamwoordrand rond een gebied
  • 22Omtrekken
    Werkwoordrondom iets tekenen
  • 33Omtrekken
    Werkwoordrondom iets gaan

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Omtrek(de)
    Zelfstandig naamwoordrand rond een gebied
  • 22Omtrekken
    Werkwoordrondom iets tekenen
  • 33Omtrekken
    Werkwoordrondom iets gaan
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Omgetrokken
WoordenboekOmgetrokken

Omgetrokken

  • deomtrek

    Zelfstandig naamwoord

    rand rond een gebied

    1. lijn die de buitenkant van iets vormtDe omtrek van deze tafel is rond.
    2. afstand rondom iets, gemeten langs de buitenkantDe omtrek van het meer is vijf kilometer.
    3. gebied rondom een plaats of puntDe omtrek van het park is erg groen.
  • omtrekken

    Werkwoord

    rondom iets tekenen

    1. de buitenste lijnen van iets tekenen of aangevenIk omtrek de cirkel met een potlood.
    2. in algemene zin beschrijven zonder details te gevenDe leraar omtrekt het onderwerp van de les.
  • omtrekken

    Werkwoord

    rondom iets gaan

    1. rondom iets heen trekken of gaanDe kinderen trekken om het park heen.
    2. de buitenste lijnen van iets aangeven of tekenenIk omtrek de cirkel met een potlood.

Verwante woorden

omtrekomtrekkeomtrekkenomtrekkendomtrekkendeomtrektomtrokomtrokkentrekken omtrekke omtrek omtrekt omtrokken omtrok om

Blijf leren

Meest voorkomende Nederlandse woordenOefenen