NEDERLANDS
🇳🇱

    Omkleed

    uncommonZipf 2.3

    omgeven met iets; andere kleren aandoen

    • omkleden

      Werkwoord/ɔm'kledən; ɔm'kledə/

      omgeven met iets

      infinitief

      omkleden

      tegenwoordige tijd

      omkleedomkleedtomkleden

      verleden tijd

      omkleeddeomkleedden

      tegenwoordig deelwoord

      omkledendomkledende
    • omkleden

      Werkwoord/'ɔmkledən; 'ɔmkledə/

      andere kleren aandoen

      infinitief

      omkleden

      tegenwoordige tijd

      kleed omomkleedkleedt omomkleedtkleden omomkleden

      verleden tijd

      kleedde omomkleeddekleedden omomkleedden

      tegenwoordig deelwoord

      omkledendomkledende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren