NEDERLANDS
🇳🇱

    Omspringen

    uncommonZipf 2.1

    ronddansen; omgaan met; omverspringen; springend omgeven

    • omspringen

      Werkwoord/'ɔmsprɪŋən; 'ɔmsprɪŋə/

      ronddansen; omgaan met; omverspringen

      infinitief

      omspringen

      tegenwoordige tijd

      spring omomspringspringt omomspringtspringen omomspringen

      verleden tijd

      sprong omomsprongsprongen omomsprongen

      tegenwoordig deelwoord

      omspringendomspringende
    • omspringen

      Werkwoord/ɔm'sprɪŋən; ɔm'sprɪŋə/

      springend omgeven

      infinitief

      omspringen

      tegenwoordige tijd

      omspringomspringtomspringen

      verleden tijd

      omsprongomsprongen

      tegenwoordig deelwoord

      omspringendomspringende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren