Onafwendbaar
onafwendbaar
Bijvoeglijk naamwoordniet te voorkomen; onvermijdelijk
niet te voorkomen
Iets dat niet voorkomen kan worden; het zal zeker gebeuren en is niet tegen te houden.
Na het lekken van de documenten was ontslag voor de minister onafwendbaar.
onafwendbaar gevolgonafwendbare aflooponafwendbaar lotonafwendbare ondergang