NEDERLANDS
🇳🇱

    Onderspit

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het onderspit

      Zelfstandig naamwoord/'ɔndərspɪt/

      enkelvoud

      onderspit
    • onderspitten

      Werkwoord/'ɔndərspɪtən; 'ɔndərspɪtə/

      infinitief

      onderspitten

      tegenwoordige tijd

      spit onderonderspitspitten onderonderspitten

      verleden tijd

      spitte onderonderspittespitten onderonderspitten

      tegenwoordig deelwoord

      onderspittendonderspittende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren