NEDERLANDS
🇳🇱

    Ontblote

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; adjectief

    • ontbloten

      Werkwoord/ɔnd'blotən; ɔnd'blotə/

      infinitief

      ontbloten

      tegenwoordige tijd

      ontblootontbloten

      verleden tijd

      ontblootteontblootten

      tegenwoordig deelwoord

      ontblotendontblotende
    • ontbloot

      Bijvoeglijk naamwoord/ɔnd'blot/

      stellende trap

      ontblootontbloteontbloots

      vergrotende trap

      ontbloterontblotereontbloters

      overtreffende trap

      ontblootstontblootste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren