Ontrouw
B1commonZipf 3.7
adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
ontrouw
Bijvoeglijk naamwoord/ɔn'trɔu/stellende trap
ontrouwontrouweontrouwsvergrotende trap
ontrouwerontrouwereontrouwersovertreffende trap
ontrouwstontrouwstede ontrouw
Zelfstandig naamwoord/'ɔntrɔu/enkelvoud
ontrouw
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.