NEDERLANDS
🇳🇱

    Ontrouw

    B1commonZipf 3.7

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • ontrouw

      Bijvoeglijk naamwoord/ɔn'trɔu/

      stellende trap

      ontrouwontrouweontrouws

      vergrotende trap

      ontrouwerontrouwereontrouwers

      overtreffende trap

      ontrouwstontrouwste
    • de ontrouw

      Zelfstandig naamwoord/'ɔntrɔu/

      enkelvoud

      ontrouw

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.