NEDERLANDS
🇳🇱
  • Onverwacht
    Bijvoeglijk naamwoordniet verwacht plotseling

Onverwacht

  • onverwacht

    Bijvoeglijk naamwoord

    niet verwacht; plotseling

    1. plotseling

      Je had het niet verwacht; het gebeurt zonder waarschuwing of voorbereiding.

      Het bezoek kwam onverwacht.

    onverwacht bezoekonverwachte wendingonverwachte gebeurtenisonverwachte kostenonverwacht resultaat

Blijf leren