NEDERLANDS
🇳🇱

    Opbeurend

    uncommonZipf 2.4

    adjectief; werkwoord

    • opbeurend

      Bijvoeglijk naamwoord/ɔ'børənt/

      stellende trap

      opbeurendopbeurendeopbeurends

      vergrotende trap

      opbeurenderopbeurendereopbeurenders

      overtreffende trap

      opbeurendstopbeurendste
    • opbeuren

      Werkwoord/'ɔbørən; 'ɔbørə/

      infinitief

      opbeuren

      tegenwoordige tijd

      beur opopbeurbeurt opopbeurtbeuren opopbeuren

      verleden tijd

      beurde opopbeurdebeurden opopbeurden

      tegenwoordig deelwoord

      opbeurendopbeurende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren