NEDERLANDS
🇳🇱

    Opblijft

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • opblijven

      Werkwoord/'ɔblɛɪvən; 'ɔblɛɪvə/

      infinitief

      opblijven

      tegenwoordige tijd

      blijf opopblijfblijft opopblijftblijven opopblijven

      verleden tijd

      bleef opopbleefbleven opopbleven

      tegenwoordig deelwoord

      opblijvendopblijvende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren