NEDERLANDS
🇳🇱

    Opbreken

    B2commonZipf 3.2

    werkwoord

    • opbreken

      Werkwoord/'ɔbrekən; 'ɔbrekə/

      infinitief

      opbreken

      tegenwoordige tijd

      breek opopbreekbreekt opopbreektbreken opopbreken

      verleden tijd

      brak opopbrakbraken opopbraken

      tegenwoordig deelwoord

      opbrekendopbrekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.