NEDERLANDS
🇳🇱

    Opdoeken

    C1uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • opdoeken

      Werkwoord/'ɔbdukən; 'ɔbdukə/

      infinitief

      opdoeken

      tegenwoordige tijd

      doek opopdoekdoekt opopdoektdoeken opopdoeken

      verleden tijd

      doekte opopdoektedoekten opopdoekten

      tegenwoordig deelwoord

      opdoekendopdoekende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren