Opdrink
B1uncommonZipf 2.3
werkwoord
opdrinken
Werkwoord/'ɔbdrɪŋkən; 'ɔbdrɪŋkə/infinitief
opdrinkentegenwoordige tijd
drink opopdrinkdrinkt opopdrinktdrinken opopdrinkenverleden tijd
dronk opopdronkdronken opopdronkentegenwoordig deelwoord
opdrinkendopdrinkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.