NEDERLANDS
🇳🇱

    Opdruk

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de opdruk

      Zelfstandig naamwoord/'ɔbdrʏk/

      enkelvoud

      opdruk

      meervoud

      opdrukken
    • opdrukken

      Werkwoord/'ɔbdrʏkən; 'ɔbdrʏkə/

      infinitief

      opdrukken

      tegenwoordige tijd

      druk opopdrukdrukt opopdruktdrukken opopdrukken

      verleden tijd

      drukte opopdruktedrukten opopdrukten

      tegenwoordig deelwoord

      opdrukkendopdrukkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren