Opgeblazen
top5000Zipf 4.1
adjectief; werkwoord
opgeblazen
Bijvoeglijk naamwoord/'ɔpxəblazən; 'ɔpxəblazə/stellende trap
opgeblazenopgeblazensvergrotende trap
opgeblazeneropgeblazenersovertreffende trap
opgeblazenstopgeblazensteopblazen
Werkwoord/'ɔblazən; 'ɔblazə/infinitief
opblazentegenwoordige tijd
blaas opopblaasblaast opopblaastblazen opopblazenverleden tijd
blies opopbliesbliezen opopbliezentegenwoordig deelwoord
opblazendopblazende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.