NEDERLANDS
🇳🇱

    Opgefleurd

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • opfleuren

      Werkwoord/'ɔpflørən; 'ɔpflørə/

      infinitief

      opfleuren

      tegenwoordige tijd

      fleur opopfleurfleurt opopfleurtfleuren opopfleuren

      verleden tijd

      fleurde opopfleurdefleurden opopfleurden

      tegenwoordig deelwoord

      opfleurendopfleurende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren