NEDERLANDS
🇳🇱

    Opgeklopt

    uncommonZipf 2.2

    adjectief; werkwoord

    • opgeklopt

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɔpxəklɔpt/

      stellende trap

      opgekloptopgeklopteopgeklopts

      vergrotende trap

      opgeklopteropgekloptereopgeklopters

      overtreffende trap

      opgekloptstopgekloptste
    • opkloppen

      Werkwoord/'ɔpklɔpən; 'ɔpklɔpə/

      infinitief

      opkloppen

      tegenwoordige tijd

      klop opopklopklopt opopkloptkloppen opopkloppen

      verleden tijd

      klopte opopklopteklopten opopklopten

      tegenwoordig deelwoord

      opkloppendopkloppende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren