NEDERLANDS
🇳🇱

    Opgekruld

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • opkrullen

      Werkwoord/'ɔpkrʏlən; 'ɔpkrʏlə/

      infinitief

      opkrullen

      tegenwoordige tijd

      krul opopkrulkrult opopkrultkrullen opopkrullen

      verleden tijd

      krulde opopkruldekrulden opopkrulden

      tegenwoordig deelwoord

      opkrullendopkrullende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren