NEDERLANDS
🇳🇱

    Opgeleukt

    uncommonZipf 2.3

    adjectief; werkwoord

    • opgeleukt

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɔpxəløkt/

      stellende trap

      opgeleuktopgeleukteopgeleukts
    • opleuken

      Werkwoord/'ɔpløkən; 'ɔpløkə/

      infinitief

      opleuken

      tegenwoordige tijd

      leuk opopleukleukt opopleuktleuken opopleuken

      verleden tijd

      leukte opopleukteleukten opopleukten

      tegenwoordig deelwoord

      opleukendopleukende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren