NEDERLANDS
🇳🇱

    Opgeprikt

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • opprikken

      Werkwoord/'ɔprɪkən; 'ɔprɪkə/

      infinitief

      opprikken

      tegenwoordige tijd

      prik opopprikprikt opoppriktprikken opopprikken

      verleden tijd

      prikte opopprikteprikten opopprikten

      tegenwoordig deelwoord

      opprikkendopprikkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren