NEDERLANDS
🇳🇱

    Opgerookt

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • oproken

      Werkwoord/'ɔprokən; 'ɔprokə/

      infinitief

      oproken

      tegenwoordige tijd

      rook opoprookrookt opoprooktroken opoproken

      verleden tijd

      rookte opoprookterookten opoprookten

      tegenwoordig deelwoord

      oprokendoprokende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren