NEDERLANDS
🇳🇱

    Ophaal

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de ophaal

      Zelfstandig naamwoord/'ɔphal/

      enkelvoud

      ophaalophaaltje

      meervoud

      ophalenophaaltjes
    • ophalen

      Werkwoord/'ɔphalən; 'ɔphalə/

      infinitief

      ophalen

      tegenwoordige tijd

      haal opophaalhaalt opophaalthalen opophalen

      verleden tijd

      haalde opophaaldehaalden opophaalden

      tegenwoordig deelwoord

      ophalendophalende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.