Ophaal
uncommonZipf 2.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de ophaal
Zelfstandig naamwoord/'ɔphal/enkelvoud
ophaalophaaltjemeervoud
ophalenophaaltjesophalen
Werkwoord/'ɔphalən; 'ɔphalə/infinitief
ophalentegenwoordige tijd
haal opophaalhaalt opophaalthalen opophalenverleden tijd
haalde opophaaldehaalden opophaaldentegenwoordig deelwoord
ophalendophalende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.