NEDERLANDS
🇳🇱

    Ophogen

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • ophogen

      Werkwoord/'ɔphoɣən; 'ɔphoɣə/

      infinitief

      ophogen

      tegenwoordige tijd

      hoog opophooghoogt opophoogthogen opophogen

      verleden tijd

      hoogde opophoogdehoogden opophoogden

      tegenwoordig deelwoord

      ophogendophogende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren