Opleg
uncommonZipf 2.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de opleg
Zelfstandig naamwoord/'ɔplɛx/enkelvoud
oplegmeervoud
opleggenopleggen
Werkwoord/'ɔplɛɣən; 'ɔplɛɣə/infinitief
opleggentegenwoordige tijd
leg opopleglegt opoplegtleggen opopleggenverleden tijd
legde opoplegdelegden opoplegdentegenwoordig deelwoord
opleggendopleggende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.