NEDERLANDS
🇳🇱

    Oplezen

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • oplezen

      Werkwoord/'ɔplezən; 'ɔplezə/

      infinitief

      oplezen

      tegenwoordige tijd

      lees opopleesleest opopleestlezen opoplezen

      verleden tijd

      las opoplaslazen opoplazen

      tegenwoordig deelwoord

      oplezendoplezende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren