NEDERLANDS
🇳🇱

    Oplopend

    uncommonZipf 2.3

    adjectief; werkwoord

    • oplopend

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɔplopənt; ɔp'lopənt/

      stellende trap

      oplopendoplopendeoplopends

      vergrotende trap

      oplopenderoplopendereoplopenders

      overtreffende trap

      oplopendstoplopendste
    • oplopen

      Werkwoord/'ɔplopən; 'ɔplopə/

      infinitief

      oplopen

      tegenwoordige tijd

      loop opoplooploopt opoplooptlopen opoplopen

      verleden tijd

      liep opopliepliepen opopliepen

      tegenwoordig deelwoord

      oplopendoplopende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren