NEDERLANDS
🇳🇱

    Opmarcheren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • opmarcheren

      Werkwoord/'ɔpmɑrʃerən; 'ɔpmɑrʃerə/

      infinitief

      opmarcheren

      tegenwoordige tijd

      marcheer opopmarcheermarcheert opopmarcheertmarcheren opopmarcheren

      verleden tijd

      marcheerde opopmarcheerdemarcheerden opopmarcheerden

      tegenwoordig deelwoord

      opmarcherendopmarcherende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren