NEDERLANDS
🇳🇱

    Oppassen

    A2top5000Zipf 4.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de oppas

      Zelfstandig naamwoord/'ɔpɑs/

      enkelvoud

      oppasoppasje

      meervoud

      oppassenoppasjes
    • oppassen

      Werkwoord/'ɔpɑsən; 'ɔpɑsə/

      infinitief

      oppassen

      tegenwoordige tijd

      pas opoppaspast opoppastpassen opoppassen

      verleden tijd

      paste opoppastepasten opoppasten

      tegenwoordig deelwoord

      oppassendoppassende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.