Oppassen
A2top5000Zipf 4.1
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de oppas
Zelfstandig naamwoord/'ɔpɑs/enkelvoud
oppasoppasjemeervoud
oppassenoppasjesoppassen
Werkwoord/'ɔpɑsən; 'ɔpɑsə/infinitief
oppassentegenwoordige tijd
pas opoppaspast opoppastpassen opoppassenverleden tijd
paste opoppastepasten opoppastentegenwoordig deelwoord
oppassendoppassende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.