NEDERLANDS
🇳🇱

    Oppassende

    uncommonZipf 2.2

    adjectief; werkwoord

    • oppassend

      Bijvoeglijk naamwoord/'ɔpɑsənt; ɔ'pɑsənt/

      stellende trap

      oppassendoppassendeoppassends

      vergrotende trap

      oppassenderoppassendereoppassenders

      overtreffende trap

      oppassendstoppassendste
    • oppassen

      Werkwoord/'ɔpɑsən; 'ɔpɑsə/

      infinitief

      oppassen

      tegenwoordige tijd

      pas opoppaspast opoppastpassen opoppassen

      verleden tijd

      paste opoppastepasten opoppasten

      tegenwoordig deelwoord

      oppassendoppassende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren