Oppassende
uncommonZipf 2.2
adjectief; werkwoord
oppassend
Bijvoeglijk naamwoord/'ɔpɑsənt; ɔ'pɑsənt/stellende trap
oppassendoppassendeoppassendsvergrotende trap
oppassenderoppassendereoppassendersovertreffende trap
oppassendstoppassendsteoppassen
Werkwoord/'ɔpɑsən; 'ɔpɑsə/infinitief
oppassentegenwoordige tijd
pas opoppaspast opoppastpassen opoppassenverleden tijd
paste opoppastepasten opoppastentegenwoordig deelwoord
oppassendoppassende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.