NEDERLANDS
🇳🇱

    Opporren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • opporren

      Werkwoord/'ɔpɔrən; 'ɔpɔrə/

      infinitief

      opporren

      tegenwoordige tijd

      por opopporport opopportporren opopporren

      verleden tijd

      porde opoppordeporden opopporden

      tegenwoordig deelwoord

      opporrendopporrende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren