NEDERLANDS
🇳🇱

    Oprekken

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • oprekken

      Werkwoord/'ɔprɛkən; 'ɔprɛkə/

      infinitief

      oprekken

      tegenwoordige tijd

      rek opoprekrekt opoprektrekken opoprekken

      verleden tijd

      rekte opoprekterekten opoprekten

      tegenwoordig deelwoord

      oprekkendoprekkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren