NEDERLANDS
🇳🇱

    Oprukt

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • oprukken

      Werkwoord/'ɔprʏkən; 'ɔprʏkə/

      infinitief

      oprukken

      tegenwoordige tijd

      ruk opoprukrukt opopruktrukken opoprukken

      verleden tijd

      rukte opoprukterukten opoprukten

      tegenwoordig deelwoord

      oprukkendoprukkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren