NEDERLANDS
🇳🇱

    Opsluiten

    A2top5000Zipf 4.1

    werkwoord

    • opsluiten

      Werkwoord/'ɔpslœytən; 'ɔpslœytə/

      infinitief

      opsluiten

      tegenwoordige tijd

      sluit opopsluitsluiten opopsluiten

      verleden tijd

      sloot opopslootsloten opopsloten

      tegenwoordig deelwoord

      opsluitendopsluitende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.