Opsmuk
uncommonZipf 2.3
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de opsmuk
Zelfstandig naamwoord/'ɔpsmʏk/enkelvoud
opsmukopsmukken
Werkwoord/'ɔpsmʏkən; 'ɔpsmʏkə/infinitief
opsmukkentegenwoordige tijd
smuk opopsmuksmukt opopsmuktsmukken opopsmukkenverleden tijd
smukte opopsmuktesmukten opopsmuktentegenwoordig deelwoord
opsmukkendopsmukkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.