NEDERLANDS
🇳🇱

    Opsmuk

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de opsmuk

      Zelfstandig naamwoord/'ɔpsmʏk/

      enkelvoud

      opsmuk
    • opsmukken

      Werkwoord/'ɔpsmʏkən; 'ɔpsmʏkə/

      infinitief

      opsmukken

      tegenwoordige tijd

      smuk opopsmuksmukt opopsmuktsmukken opopsmukken

      verleden tijd

      smukte opopsmuktesmukten opopsmukten

      tegenwoordig deelwoord

      opsmukkendopsmukkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren