Opspelen
uncommonZipf 2.3
werkwoord
opspelen
Werkwoord/'ɔpspelən; 'ɔpspelə/infinitief
opspelentegenwoordige tijd
speel opopspeelspeelt opopspeeltspelen opopspelenverleden tijd
speelde opopspeeldespeelden opopspeeldentegenwoordig deelwoord
opspelendopspelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.