NEDERLANDS
🇳🇱

    Opspringen

    B1uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • opspringen

      Werkwoord/'ɔpsprɪŋən; 'ɔpsprɪŋə/

      infinitief

      opspringen

      tegenwoordige tijd

      spring opopspringspringt opopspringtspringen opopspringen

      verleden tijd

      sprong opopsprongsprongen opopsprongen

      tegenwoordig deelwoord

      opspringendopspringende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.