NEDERLANDS
🇳🇱

    Opstart

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de opstart

      Zelfstandig naamwoord/'ɔpstɑrt/

      enkelvoud

      opstart

      meervoud

      opstarts
    • opstarten

      Werkwoord/'ɔpstɑrtən; 'ɔpstɑrtə/

      infinitief

      opstarten

      tegenwoordige tijd

      start opopstartstarten opopstarten

      verleden tijd

      startte opopstarttestartten opopstartten

      tegenwoordig deelwoord

      opstartendopstartende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren