Opstoot
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de opstoot
Zelfstandig naamwoord/'ɔpstot/enkelvoud
opstootopstootjemeervoud
opstotenopstootjesopstoten
Werkwoord/'ɔpstotən; 'ɔpstotə/infinitief
opstotentegenwoordige tijd
stoot opopstootstoten opopstotenverleden tijd
stootte opstiet opopstietopstoottestootten opstieten opopstietenopstoottentegenwoordig deelwoord
opstotendopstotende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.