NEDERLANDS
🇳🇱

    Opstrijkt

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • opstrijken

      Werkwoord/'ɔpstrɛɪkən; 'ɔpstrɛɪkə/

      infinitief

      opstrijken

      tegenwoordige tijd

      strijk opopstrijkstrijkt opopstrijktstrijken opopstrijken

      verleden tijd

      streek opopstreekstreken opopstreken

      tegenwoordig deelwoord

      opstrijkendopstrijkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren